RUST WERKT NIET

 

—–

Rust moet zorgen dat het weer goed komt, schreef ik vorige maand. Maar rust werkt niet. Achteraf gezien is dat ook heel logisch. De woorden rust en werk gaan nou eenmaal niet samen. Dus nu is de fysiotherapeut aan het werk gezet. En die twee woorden mixen wel lekker. Nou ja, lekker? Dat is natuurlijk niet waar, want de man haalt heel gemene trucjes uit. Venijnig drukken op precies die plekjes, waar de pijn zit. En dat is niet fijn. Maar het lijkt wel te helpen. De pijn is een stuk minder, het getintel nog niet zo. Eigenlijk heb ik een totaal lapjesverbod, maar dat gaat me nou net iets te ver. Ik wil toch elke dag mijn mail checken en de buienradar vervloeken. En dat doe ik dan ook. Al te lang bezig zijn, gaat natuurlijk niet, maar zo af en toe een paar minuutjes moet lukken. Toch? Ik neem tijdens het tikken van dit stukje ook regelmatig een uurtje pauze. Ik heb tenslotte de hele dag de tijd.

Er is in de afgelopen periode wel het een en ander gebeurd. Onze tuin is opnieuw ingericht en we zijn nu in het rijke bezit van een vijver. Hij is niet al te groot, maar groot genoeg voor wat visjes en waterlelies. Dat is altijd een droom geweest, een vijver met waterlelies.

Dan is er vorige week nog een onverlaat langs geweest, die het nodig vond de zijruit van de auto in te slaan en een poging te doen om het ingebouwde navigatiesysteem eruit te roven. Dat is niet gelukt, maar we zijn er wel heel erg van geschrokken. Het is namelijk gebeurd toen we gewoon thuis waren. We hebben echter niets gehoord of gemerkt. Ook de honden hebben het niet gehoord. Volgens onze overbuurman, die bij de politie werkt, hebben die gasten tegenwoordig van die handige ruitentikkers. Kunnen ze bijna geruisloos je ruit intikken. Toch mooi, die vooruitgang.:-(

Mijn stem is nog steeds niet zoals ie eigenlijk hoort te zijn. De logopediste is dan ook niet tevreden. Ik ook niet. Maar we geven het nog niet op en gaan stug door met de oefeningen. Ooit zal het wel goed komen. Hoop ik.

Komende donderdag gaan we echter iets leuks doen. We gaan met mijn zusje en zwager naar de siepeltjesmarkt in Ootmarsum. Zijn we vorig jaar ook geweest, maar toen was het niet zulk geweldig weer. We hopen nu op een zonnige herkansing.

Ik weet nog niet wanneer ik weer in staat ben om regelmatig bij u allen langs te komen om te lezen en te reageren, maar ik hoop dat u wel hier wilt blijven komen. U kunt me natuurlijk ook mailen, want, zoals eerder gezegd, ik blijf elke dag mijn mail checken.

—–

 

7 augustus 2011
By on 12:45
VLEUGELLAM

 

—–

En geen idee hoe lang dat nog gaat duren.

Rechter schouder en arm zijn een uiterst irritant samenwerkingsverband aangegaan. Dit betekent dat lang bij mijn lapje bezig zijn, is uitgesloten. Zodra ik maar naar mijn muis kijk, beginnen arm en hand zeer pijnlijk te tintelen. Achter mijn schouderblad ontstaat dan een vast pijnpunt. Momenteel kom ik niet veel verder dan het checken van e-mail, dan heb ik het wel weer gehad.

Dit is bepaald niet fijn en ik baal als een stekker.

Rust moet zorgen dat het weer goed komt.

Dus ik zeg: tot ziens/schrijfs ergens in de toekomst.

—–

 

7 juli 2011
By on 09:42
GOUDENRANDJESDAGBOEK

 

—–

Je hebt van die dagen, waarvan je denkt: was ik maar in bed gebleven vanochtend.

Daar tegenover staan echter dagen, die een mooi plaatsje verdienen in het goudenrandjesdagboek.

Daar tussenin liggen de dagen, die je al sudderend doorkomt.

Afgelopen zaterdag komt wat mij betreft, in het goudenrandjesdagboek en ik zal meteen maar even vertellen waarom.

Het was schitterend weer en dat kwam bijzonder goed uit, want het was familiedag voor de familie van manlief. Om 11 uur werden we geacht in IJmuiden te zijn. En dat was ook ons streven, toen we opstonden zaterdagochtend. Om half 10 verzamelen bij zoon L, eerst een bak koffie en dan in colonne richting IJmuiden. Dat was de afspraak. Er trad echter een klein stukje wet van Murphy in werking. Zoon R moest de koffie al vergeten, want hij moest eerst een auto naar de garage brengen en zou ons dan op de snelweg wel ergens vinden en aansluiten. Manlief liet voor we weggingen nog even alle hondjes een plasje doen. Hondje Stubby had echter andere plannen. Hij wilde veel meer dan alleen een plasje. Stubby is een Cavalier King Charles en heeft een prachtige lange vacht. Nu iets minder prachtig. Normaalgesproken draait hij mooie stevige drolletjes. Zaterdag niet. Manlief probeerde het schoon te maken, maar Stubby werkte nogal tegen. Uiteindelijk riep manlief de hulp in van een schaar. Inmiddels was het al dik over half 10. Het was al half 11 geweest toen we bij L vertrokken. We waren nog maar net Almere uit, toen vlak voor ons een pittig ongeluk plaatsvond. Een paar auto’s volledig in de prak, maar voor zover wij konden zien, geen menselijke slachtoffers. Een paar honderd meter verder was nog een ongeluk gebeurd en opeens stonden we in een (gelukkig niet al te lange) file. Die was voor de Libelle zomerweek. En de klok tikte gewoon door.

Toch bereikten we IJmuiden nog voor half 12. Netjes, dacht ik nog. Helaas raakte onze wegwijsjuf toen een beetje de weg kwijt. We kwamen op een plek waar we helemaal niet moesten zijn. Auto’s aan de kant en overleggen. De wegwijsjuffen van zonen X en R zeiden, dat we nog 6.6km van ons doel verwijderd waren. Onze juf zei, nog 1.3km. We volgen onze juf dus verder. Niet zo heel slim, want ze was al in de war. Ze bedacht zich dan ook tijdens het rijden en de afstand groeide. De organiserende broer van manlief belde waar we bleven en hij heeft ons toen min of meer door het dorp gepraat. Pffffff, je bent even bezig, maar dan kom je ook ergens. Dik een uur te laat. Maar wat was het leuk om de hele familie weer eens bij elkaar te hebben.

We hebben gekletst en koffie gedronken; spelletjes op het strand gedaan (ik niet) en geluncht; nog meer gekletst en lekker op het terras gezeten. De zon scheen uitbundig en het was zoveel warmer aan het strand dan van tevoren door de weermannen was voorspeld. Kortom, het was genieten voor iedereen, de sportievelingen onder ons en de wat luiere mensen, zoals ik. Murphy heeft de rest van de dag verstek laten gaan. Hoewel…….misschien heeft hij toch nog een klein grapje uitgehaald. Ik heb zoveel mogelijk met mijn rug naar de zon of onder een parasol gezeten. En toch ben ik behoorlijk aan de voorkant verbrand. Hoe kan dat nou weer?

Ondanks de plagerijtjes van Murphy komt deze dag in mijn goudenrandjesdagboek.

—–

 

23 mei 2011
By on 10:01
MIJN DOK IS TOP

 

—–

Zo, ik heb het gezegd.

Na een fantastisch mooi en fijn weekend volgde maandag, de dag van de tweede operatie. Om half twaalf moest ik me melden, maar ik was er natuurlijk veel te vroeg, in de stille hoop dan ook vroeg aan de beurt te zijn. Het intakegesprek verliep soepel en ik kreeg ook meteen een infuus met glucose en insuline. Mijn maag rommelde, maar eten mocht niet. Om zes uur was ik al opgestaan om voor zevenen in ieder geval iets van voedsel naar binnen te werken. Ik was dus ook best een beetje moe. Terwijl manlief en ik in het zaaltje zaten te wachten, liep dok opeens langs door de gang. Hij zag me en keerde op zijn schreden terug.

“Heb je er zin in?” riep hij vanaf de gang.

 “Ja, ik wel, heb jij er zin in?” riep ik terug, want als hij er geen zin in had, dan ging ik niet graag onder narcose. Gelukkig had hij goede zin en ook nog eens zin in de operatie. Daar houd ik van, een man met plezier in zijn werk. Om half drie mocht ik eindelijk richting operatiekamer en een kwartier later, ging ik onder zeil. Terwijl ik nog op de verkoeverkamer lag, kwam dok al bij me langs. Hij vertelde, dat deze keer de operatie iets lastiger was geweest, dat hij wat meer had moeten wroeten en manipuleren om alles weg te krijgen. Hij was echter zeer tevreden met het resultaat. Nou, dan ben ik dat ook. Terug op het zaaltje, kwam hij nogmaals langs om te vragen hoe ik me voelde. Ik stak beide duimen omhoog en hij zei lachend en met een hoog stemmetje: “Straks ben je een mooi sopraantje.”

Dat leek me sterk, want zelfs als jong meisje ben ik nooit een sopraan geweest. Ik zong als alt in het kerkkoor. Dus. Ik had deze keer wel wat meer tijd nodig om echt wakker te worden, maar uiteindelijk mocht ik om kwart voor zeven naar huis. Dat was volgens de verpleegster eigenlijk nog veel te snel, maar ze kon me niet tegenhouden. Ik verwachtte pijn in mijn strot, niesbuien, tranende ogen en een dikke blauwe hand. Net als de eerste keer.

Echter, niets van dat alles. Nul komma nul. En daarom zeg ik, mijn dok is top. Hij heeft meer moeite moeten doen en ik heb daar niets van gemerkt. Niet voor, niet tijdens en niet na de operatie. Wat wil een mens nog meer?

Mijn lippen heb ik stijf op elkaar gehouden. Drie hele dagen, dat is een dag langer dan verplicht. Ik wilde het eigenlijk volhouden tot zaterdag, maar dat was toch wel weer erg lang en wat dat soort zaken betreft, sta ik niet direct bekend als erg geduldig. Ik was zo benieuwd hoe mijn stem zou klinken, zo zonder poliepen op die banden. Tegenvaller! Ik klonk en klink nog steeds als een schorre kraai. Das nou weer jammer. Niks geen sopraan of alt. Zelfs geen bas. Voorlopig hoef ik nog niet te solliciteren bij de Nederlandse opera.

Komende dinsdag mag ik weer naar de logopediste en krijg ik weer nieuwe stemoefeningen. Op 25 mei ga ik ter controle terug naar dok. De sticker, die ik van mijn zus had gekregen, mocht niet mee de operatiekamer in, dus die plak ik dan op mijn bovenbuik. Ziet ie toch nog, hoe ik over hem denk.

—– 

 

15 mei 2011
By on 10:57
NOG MAAR EEN HUSSELTJE

 

—–

Vandaag, 8 mei, is het Moederdag. En ik ben moeder, al bijna 42 jaar. Ik verwacht vandaag dus een invasie van zonen met aanhang. Voor die tijd kan ik nog mooi even een stukje schrijven.

Deze datum is best wel een bijzondere datum, want 8 mei was ook de trouwdatum van mijn ouders. Hadden ze nog geleefd, dan waren ze nu 70 jaar getrouwd geweest. Vandaag is ook de dochter van mijn kleine broertje jarig, zij is 22 jaar geworden en de jongste van alle kleinkinderen van mijn ouders. In totaal hadden zij 19 kleinkinderen, van 7 kinderen. Best wel een mooi resultaat, vind ik. Mijn oudste broer is nooit getrouwd geweest en hij is (voor zover bij mij bekend) ook nooit vader geworden. 

Als het vandaag 8 mei is, dan moet het gisteren wel 7 mei zijn geweest. En op 7 mei was er een weblogmeeting in het Noorder Dierenpark in Emmen. Hier ga ik geen uitgebreid verslag over schrijven vandaag, maar ik wil wel vertellen, dat de dag heel erg leuk en gezellig is geweest. Van tevoren wist ik natuurlijk al, dat het leuk zou worden, want naar zo’n meeting komen gewoon alleen leuke mensen, maar het heeft mijn stoutste dromen overtroffen. Ik heb wederom een paar nieuwe mensen in het echie ontmoet, zoals Frans. Een paar jaar geleden las ik nog regelmatig bij hem, maar de laatste twee jaar was hij uit mijn gezichtsveld verdwenen. En ook Min heb ik ontmoet, van het reismeermin weblog. Als ik heel eerlijk ben (en dat ben ik vandaag) moet ik zeggen, dat ik niet zo vaak bij haar lees, maar de ontmoeting was een echte verrassing. Wat een leuk mens is dat. Verder waren er oude bekenden, zoals Melody, Mijn Gedachten, Hanneke, Hannie en Kaatje, De hoogste tijd, Saskia, Aline en Trees. (zingend nu) Ik zou hier linkjes van willen maken, maar ik weet niet hoe. (als variant op het liedje van Bennie Nijman) Trees is trouwens ook jarig vandaag, dus nogmaals Trees: van harte gefeliciteerd.

Voor vandaag hoop ik ook op een leuke en gezellige dag, want dan kan ik me morgen vrolijk in het ziekenhuis melden. Om half 12 word ik verwacht en dan moet ik waarschijnlijk nog zo’n anderhalf à twee uur wachten tot ik geholpen word. Van mijn zus kreeg ik een sticker met de tekst: I Love My Doctor. Dat “Love” staat er eigenlijk niet, er staat een hartje, maar ik heb geen idee hoe ik dat hier krijg. Dus. Ze had er achterop geschreven: Misschien helpt het als je deze aan de dokter geeft! Die sticker zit nu al in mijn tas, dan kan ik hem niet vergeten. Ik hoop, dat ie mee mag, de operatiekamer in. Je zou denken, dat, als je pas om half 12 wordt verwacht, je lekker uit kunt slapen. Maar dat is een fabeltje. Tot zes uur voor de operatie mag ik een lichte maaltijd gebruiken. Voor een diabeet wel prettig, maar reken eens uit hoe laat (vroeg) ik dan op moet staan. Dat bedoel ik, niks uitslapen dus. Na de operatie mag ik weer een paar dagen niet praten. Die periode verleng ik zelf tot 2x een paar dagen. Mijn ervaring na de vorige operatie, heeft me duidelijk gemaakt, dat twee dagen zwijgen eigenlijk te kort is. Ik ga dus vier dagen mijn mond houden. Is natuurlijk een makkie als je bedenkt, dat ik al eens acht weken niet heb kunnen praten.

Met de uiltjes gaat het gelukkig heel erg goed. Mama steenuil wordt goed verzorgd door de vader van haar kindjes. Een aantal mensen, waaronder ikzelf, is er van overtuigd, dat mama een nieuw vriendje heeft. Het oude exemplaar heeft ze ingeruild voor een stoere jonge vent, die niet bang is om ook overdag te zorgen, dat ze rustig kan broeden. Is er een duif in zicht, dan is vriendje meteen daar om hem weg te jagen. Ook vanochtend deed hij dat en gaf mama en passant een heerlijke meikever te eten. Als dat niet lief is!

Alle hier lezende moeders wens ik een heerlijke dag vandaag. Aan de vaders zou ik willen zeggen: Wees niet alleen lief voor je eigen moeder, maar vooral ook voor de moeder van je kinderen.

Have a nice day everyone.

—–

 

8 mei 2011
By on 11:00
HUSSELTJE

 

—–

Het is Koninginnedag vandaag, maar gelukkig gaat alle heisa daaromtrent aan mij voorbij. Ik heb het niet zo op grote mensenmassa’s, dus op een vrij- of rommelmarkt zul je me niet snel tegenkomen. Vanochtend mijn aandacht verdeeld tussen de koningin van de mensen, Beatrix, en de koningin van de uiltjes, vrouw steenuil. Terwijl manlief lekker de hele dag in de tuin aan het klooien is. Vanmiddag een uurtje officieel het steenuilgebeuren geobserveerd. Dat is altijd erg leuk, nu helemaal, nu vrouw steenuil klaar is met het leggen van eitjes. Er zijn er vier en het wachten is nu op vier gezonde jongen. Er zijn nog steeds schermutselingen met de duiven, maar gelukkig niet meer zo hevig. Het lijkt of ze door hebben, dat ze geen schijn van kans tot nestelen krijgen, zo lang vrouw steenuil aan het broeden is.

Terwijl ik even met manlief aan het kijken was naar wat hij in de voortuin had gedaan, kwamen onze nieuwe overburen thuis. Sinds een week wonen ze in hun nieuwe huis en ze vonden het eigenlijk wel leuk om even kennis te maken. We zwaaiden wel al iedere keer als we elkaar zagen, maar nu hebben we ook even een handje gegeven en namen genoemd. Alleen ben ik hun naam alweer kwijt. Ik heb echt geen idee hoe ze heten. Dat is toch erg? Daar geef ik meneer A. de schuld van, die bemoeit zich tegenwoordig met alles. Buitengewoon vervelend.

Maandag wordt mijn zus 65 jaar en dat gaan we morgen alvast vieren. Ik heb heel leuke cadeautjes voor haar gekocht, al zeg ik het zelf. Ik vertel niet wat, want ze wil hier nog wel eens lezen en als ik nu ga zeggen wat ik heb gekocht, zul je zien, dat ze dat net vandaag doet. Dan is het geen verrassing meer, nietwaar?

Nu ga ik iets zeggen wat niemand van mij verwacht: ik hoop op regen. Ja, echt. Alles is gortdroog buiten en we hebben al in geen maanden enige regen van betekenis gehad. Dus. Regen alstublieft, al hoeft het nou weer niet zoveel te zijn, dat de heleboel blank komt te staan. Gewoon genoeg om alles een fikse opfrisbeurt te geven.

Oh, ik vergeet bijna te vertellen, dat ik gisteren voor een groot deel naar “het huwelijk” heb zitten kijken. De bruid zag er mooi uit, maar daar is dan ook wel alles mee gezegd. Ik vond het maar een saaie, kille bedoening. Met een kus van niks. Die Aston Martin, die vond ik dan weer wel heel erg stoer. Maar die kus? Nee, dat was niks.

—– 

 

30 april 2011
By on 15:08
IN DE BAN VAN

 

—–

Het steenuiltje.

Dagelijks kijk ik op de site van de Vogelbescherming, waar we de lente kunnen meebeleven met acht soorten vogels. Voor het vijfde jaar wordt ons deze mogelijkheid geboden. Drie maal ben ik volledig bezig geweest met de steenuiltjes. Deze bijzondere uilensoort heeft echt mijn hart gestolen. Vorig jaar was er ook een webcam bij een kerkuilenkast. Die vond ik fascinerend. Nooit eerder heb ik een vogelpaar gezien, dat zo vaak aan het paren was. Volgens mij, gewoon voor de lol, want zelfs tijdens het broeden en na het uitkomen van de eitjes, werd er gepaard. De jonge kerkuiltjes zijn zo lelijk om te zien, dat ze daardoor extra leuk worden om naar te kijken. Helaas sloten de webcams voordat de jongen waren uitgevlogen. Dit jaar zijn er geen kerkuilen te zien. De steenuiltjes zijn er echter voor de vijfde keer bij. Mijn verwachtingen waren niet hoog gespannen, want de laatste twee jaren was er steeds hommeles met duiven en kauwen en liep het niet altijd goed af.

 

Afgelopen zaterdagmiddag keek ik gewoontegetrouw even hoe het ermee stond. Tot mijn grote verbazing, zat er een uiltje in de broedruimte van de kast. In het voorportaal zat echter een duif. Hoe moest dit nu weer aflopen? In eerste instantie bleef het rustig, uiltje zat te dutten en duif keek af en toe naar binnen. Tot uiltje besloot naar buiten te willen. Nog voor ze goed en wel haar kop door het gat stak, sloeg de duif venijnig met zijn/haar vleugel. Niet een, maar verschillende keren. Au! Dat moet pijn doen, dacht ik. De ruimte is namelijk niet zo groot, dus veel ruimte om die vleugels echt uit te slaan is er niet. Ik zat vastgenageld bij mijn lapje.

Die gevechten tussen uiltje en duif zijn niet leuk om te zien. Ze vechten beiden voor een plek om hun eieren te leggen en een gezin groot te brengen. Puur instinct. Ik ben echter een mens en kan denken. Mijn verstand zegt: ze hebben allebei recht op zo’n mooie broedplek. Maar denk ik er dan meteen achteraan, de kast is bedoeld voor de uiltjes en niet voor de duiven. Om een lang verslag niet nog langer te maken, mevrouw steenuil heeft duidelijk een claim gelegd op haar huis. Vanochtend in alle vroegte heeft ze haar eerste eitje gelegd. De duiven leken het opgegeven te hebben, maar ze zijn behoorlijk hardleers. Ze zijn toch weer druk bezig een nest in het voorportaal te maken. Dat wordt weer hommeles, natuurlijk.

In ieder geval heeft het dappere uiltje me weer volledig in haar ban gekregen en zit ik, net als de eerste jaren, met drie schermen naar haar belevenissen te kijken. Ik praat zelfs weer een beetje mee op het forum, maar deze keer niet onder mijn eigen naam. Ik dacht, nieuwe ronde, nieuwe naam. Ik ben benieuwd of het dit jaar een goede afloop gaat krijgen. Vinden jullie me niet in logland, dan zit ik in uilenland.

—–

 

18 april 2011
By on 11:26
HONDERD

 

Afgelopen zaterdag begon zo mooi, stralend weer en een weblogmeeting op het program. Ik had er zin in. De meeting was hier in Lelystad, voor mij een makkie dus. ’s Morgens eerst alle boodschappen, daarna thuis lunchen, hondjes uitlaten en op naar het Natuurpark. Wij arriveerden rond de klok van twee in totale onwetendheid over de gebeurtenissen in Alphen aan de Rijn, want hadden geen radio of tv aangehad. Daardoor hebben we ook echt genoten van de ontmoeting met nieuwe en oude bekenden uit logland. We hebben heerlijk gewandeld en in het zonnetje gezeten. Er zijn heel veel foto’s gemaakt en er is heel wat afgekwebbeld. Na afloop hebben wij eerst Koen (nu weet ik even niet meer of je dat met een C of een K schrijft) naar het station gebracht. Daarna naar huis. Ik voelde me nog steeds blij en enthousiast over de meeting en wilde meteen een uitgebreid verslag schrijven. Voor ik begon keek ik eerst even of er nog nieuws was. De lust tot het schrijven van een vrolijk stukje was meteen verdwenen.

Alphen aan de Rijn is de plek waar mijn zus woonde. Waar ze, toen ze dat nog kon, regelmatig met haar kleindochter in het winkelcentrum was. Ik dacht, dat het dit centrum was, maar manlief heeft even gegoogled en gezien, dat dit winkelcentrum verder bij haar huis vandaan was. Maar toch! Ook al leeft mijn zus niet meer, ik schrok enorm. Deze jongen moet een gigantische kortsluiting in zijn kop hebben gehad. Anders kom je niet tot zo’n daad. Toch? Laat hem alsjeblieft ziek zijn geweest. De gedachte, dat iemand bij zijn volle verstand iets dergelijks kan doen, is onverdraaglijk.

Nu is het maandag en het leven gaat gewoon door. De zon laat zich van z’n beste kant zien en vanochtend ben ik ook weer bij de logopediste geweest. Ik heb verse oefeningen gekregen waar ik de komende week mee aan de slag moet.

En dan is het ook nog eens 11 april 2011. Precies honderd jaar geleden werd mijn vader geboren. Dankzij hem en mijn moeder kan ik hier logjes schrijven. Misschien zitten ze boven wel samen mee te lezen. Zou leuk zijn.

 

11 april 2011
By on 10:07
NIETS

 

—–

“Wat kan een mens het toch druk hebben, hè?”

“Druk? Waarmee dan?”

“Nou ehhh…..met van alles…..niets eigenlijk. Ik weet het niet.”

“Ja, heb je het nou druk of niet? Make up your mind, girl.”

“Ik moet het wel druk hebben. Hoe is het anders mogelijk, dat er alweer een week voorbij is sinds mijn laatste stukje hier?”

“Ja, duhhuh! Time flies, remember, even if you don’t have fun.”

Ja, dat moet het zijn. De tijd vliegt voorbij en als je me nou vraagt wat ik allemaal gedaan heb afgelopen week en of het fun was of niet, dan heb ik geen duidelijk antwoord. Ik heb me bezig gehouden met de normale dingen zoals naar de logopediste en de pedicure gaan, boodschappen doen, de wasmachine laten draaien en de was ophangen of opvouwen. Naar het tuincentrum om wat gezellige plantjes te halen, die de afgestorven exemplaren moeten vervangen. In de zon zitten, telefoongesprekken voeren, puzzelen, uitgebreid de krant lezen en werken aan een verhaal.( Vorige week trouwens weer eens een stukje geplaatst op mijn letterbindingweblog, was ook alweer vier en een halve maand geleden.)  Tussendoor heb ik dan nog tv gekeken, logjes gelezen en lang niet overal een reactie achter gelaten. Oh, en ik vergeet nog bijna de site van Beleef de Lente, waar ik de steenuiltjes probeer te volgen. Probeer ja, want de kast is in beslag genomen door een koppel holenduiven, die de uiltjes gewoon buiten spel hebben geplaatst. Voor je het weet, is er dan zomaar weer een week voorbij.

Dus ja, ik heb het hartstikke druk met van alles en niets. Misschien moest ik maar eens een cursus time management gaan volgen.

—–

 

7 april 2011
By on 11:48
GRIETJE

 

—–

“Hallo.”

“Ehh…met wie spreek ik?”

“Met mij. Met wie spreek ik?”

“Met Grietje. Heb ik een verkeerd nummer gedraaid?”

“Als je mij niet wilt spreken wel, denk ik.”

“Oh…… Maar is dit niet het nummer van Teun dan?”

“Nee, dit is mijn nummer. Als je Teun wilt spreken zul je een ander nummer moeten draaien.”

“Nou, Teun kan nog wel even wachten. Hoe gaat het met je?”

“Met mij gaat het prima en met jou?”

“Ja, wel goed ook. Ik loop een beetje moeilijk en heb last van mijn rug, maar verder gaat het wel hoor.”

“Dat is fijn om te horen, Grietje. Fijne dag verder hè.”

“Dank je wel, jij ook. Ik ga nu toch Teun maar even bellen.”

“Doe dat en doe hem de groeten van mij.”

“Zal ik zeker doen. Heb jij misschien het nummer van Teun?”

“Nee, Grietje, daar kan ik je niet aan helpen. Ik ken Teun niet.”

“Oh, dat is jammer. Nou, dan probeer ik wel weer wat. Het moet toch een keer lukken.”

“Succes dan maar. Dag, Grietje.

Kees heeft met verbazing het gesprek gevolgd.

“Wie was dat?”

“Grietje, die wat moeilijk loopt en last van haar rug heeft. Ze was op zoek naar Teun.”

“Teun? Ik ken geen Teun.”

“Ik ook niet. Grietje ken ik trouwens  ook niet.”

—– 

 

31 maart 2011
By on 14:39